Toen ik een jaar of 14 was, liet mijn buurmeisje het leven. 5 jaartjes jong was ze. Ik ga haar Pareltje noemen.

Wij hadden zo een poortje tussen onze twee tuinen staan. Wij hadden een schommel en zandbak. Zij hadden een trampoline en zwembad. Er werd dus vaak aan co-playing gedaan. Ze was veel meer dan mijn buurmeisje. Ze was m’n zusje. Elke ochtend stond ze aan het keukenraam te zwaaien als ik met mijn rugzakje naar school vertrok. En elke avond als ik thuiskwam werden er meerdere kusjes gezwaaid. Wat hield ik van dat kind.

Kan jij vanavond babysitten op Pareltje?! Vroeg de buurman. Maar het paste niet. Mijn vriendinnetje kwam slapen en zo ging Pareltje bij oma en opa slapen. En god, stel je voor moest ik die avond bij haar geweest zijn. Ik denk niet dat ik dat had overleefd.

Het moet een uurtje of 4, diep in de nacht geweest zijn toen ik mijn moeder hoorde huilen. Paniek. Pareltje had het leven gelaten. Een virus dat het had gemaakt tot aan haar hartje. Ze viel in de armen van haar opa en sloot voor eeuwig haar oogjes.

Het moet mijn eerste grote verdriet geweest zijn. Ik vergeet het nooit. Dagen ging ik niet naar school. Eten, dat ging niet. Nog maar het keukenraam van de buren voorbij lopen en ik barstte in tranen uit. Ik moest afscheid nemen.

Een weekje later was het gedichtendag op school en kreeg ik dit mee van één van de begeleiders, die zich enorme zorgen over me maakte. En al is het 12 jaar geleden, ik ken het nog steeds vanbuiten.

Voor een dag van morgen 

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat,
alleen maar een man alleen maar een vrouw

dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

En héél af en toe, als ik Pareltjes huis nog eens voorbij rij. Ga ik even aan de kant staan. En beeld ik me in dat ze een kusje zwaait. En zwaai ik er eentje terug. Dan spelen we nog eens op de schommel en leer ik haar springen of kastelen bouwen in de zandbak.

Man wat was ze een pracht van een kind.

elk.

6 replies on “mooi.

Zegt maar keer uw gedacht!

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s